Dit position paper combineert een inhoudelijk uitgangspunt met een praktisch uitvoerbaar stelselmodel.

Het beoogt geen gesloten marktmodel te introduceren, maar een open systeem waarin kwaliteit, toetsbaarheid, deelnemersbescherming en dierenwelzijn centraal staan.

Samenvatting in één zin

Eén neutrale regie- en registerlaag, mogelijkheden voor meerdere opleidingstrajecten inclusief zelfstandig/minimaal gefaciliteerde owner-trainerteams, gemachtigde opleiders als primaire uitvoeringsroute, onafhankelijke verificatie en een dynamisch QR-ID voor actuele teamstatus registratie en identificatie van teams.

Inhoudsopgave:

  1. Aanleiding en probleemstelling
  2. Kernprincipes van het stelsel
  3. Stelselmodel in één oogopslag
  4. Governance en rollen
  5. Normarchitectuur: NEN, schema en auditmanual
  6. Opleidingsroutes en teamtrajecten
  7. Rol van geaccrediteerde opleiders in beoordeling
  8. Deelnemer-gedreven en zelfstandige trajecten
  9. Teamregistratie en QR-ID
  10. Dossierbeheer en overdraagbaarheid
  11. Continuïteit en bescherming van deelnemers
  12. Accreditatie, toezicht en sancties
  13. Implementatievoorstel
  14. Concreet besluitvoorstel
  15. Optionele doorontwikkeling: sectorbrede examinatorenpool
  16. Bronnen en normatieve context

1. Aanleiding en probleemstelling

Nederland heeft behoefte aan een betrouwbaar, praktisch uitvoerbaar en controleerbaar stelsel voor assistentiehonden. Het huidige landschap is gefragmenteerd en kent verschillen in opleidingsaanpak, erkenning, registratie, controleerbaarheid en herleidbaarheid.

Een toekomstbestendig stelsel moet duidelijkheid bieden aan gebruikers, opleiders, gemeenten, toegangsverleners, zorgpartijen en handhavers. Tegelijkertijd mag het geen gesloten marktmodel worden waarin bestaande koepels of belangenorganisaties bepalen wie wel of niet mag deelnemen.

 

Aansluiting bij bestaande organisaties zoals NAHB, SPH, ADI, IGDF of ADEu kan ondersteunend bewijs opleveren, maar mag geen toelatingseis of automatische erkenning zijn. De normatieve basis ligt in objectieve eindtermen, onafhankelijke verificatie, NEN-EN 17984 en Nederlandse uitvoeringsafspraken.

2. Kernprincipes van het stelsel

  • Open instroom: iedere opleider en ieder team kan deelnemen, mits aan de eisen wordt voldaan.
  • Geen automatische erkenning: lidmaatschap, internationale aansluiting of bestaande koepelstatus is ondersteunend, niet doorslaggevend.
  • Eén objectieve norm: iedereen wordt langs dezelfde eindtermen gelegd.
  • Route-onafhankelijk: het gevolgde traject is niet beslissend; aantoonbare naleving wel.
  • Uitvoerbaarheid: opleiders krijgen een centrale uitvoerende rol, maar binnen toezicht, audit en centrale controle.
  • Deelnemersbescherming: Deelnemers mogen niet afhankelijk worden van één opleider of organisatie.

3. Stelselmodel in één oogopslag

Het meest werkbare model is een semi-gedecentraliseerd stelsel: centrale regie en registratie, decentrale uitvoering via geaccrediteerde opleiders door de CI (certificerende instelling) en externe routes voor situaties waarin een school ontbreekt, wegvalt of niet passend is.

Laag

Doel

Uitvoering

Waarborg

Schema / Register

Normen en interpretatie / Facilitatie actuele status team.

Neutrale schemahouder / Centrale registerhouder & beheer QR-ID

Open consultatie en veld-raad / actuele status van teams

Opleiding

Trajectbegeleiding, Faciliteren

Geaccrediteerde opleiders / begeleiders

Auditbare dossiers

Beoordeling

Teamtest en Voortgang

Geaccrediteerde beoordelaars, Geaccrediteerde opleiders

Functiescheiding en vaste toetsingscriteria

Toezicht

Controle op kwaliteit

CI / afgeven machtiging gebruik qr-id

Audits, steekproeven, klachten

 

Kernformule

Centraal waar het moet: norm, register, status en toezicht. Decentraal waar het kan: opleiding, begeleiding en reguliere periodieke teambeoordelingen.

 

4. Governance en rollen

Het stelsel moet voorkomen dat bestaande belangenorganisaties of concurrerende opleiders landelijke poortwachter worden. Tegelijkertijd moet de uitvoering niet onnodig zwaar of centraal worden gemaakt. Daarom worden rollen gescheiden.

 

Rol

Hoofdtaak

Begrenzing

Schemahouder / registerhouder

Beheert certificatieschema, norminterpretatie, auditmanual, registervoorwaarden en bezwaarstructuur, beheert QR-ID infrastructuur.

Geen opleider, geen belangenbehartiger, geen automatische erkenning van eigen achterban.

Certificerende of toezichthoudende instantie (CI)

Beoordeelt en herbeoordeelt opleiders, voert audits uit, toetst klachten en kan bevoegdheden schorsen of intrekken.
De CI autoriseert, controleert en mandateert opleiders voor de certificeringsstatus en statusmutaties (QR-ID).

Moet onafhankelijk opereren en werken volgens vaste criteria.

Door de CI gemachtigde opleider

Begeleiden trajecten, bouwen dossiers op, voeren interne teambeoordelingen uit binnen het schema.

Geen zelfstandige landelijke poortwachtersrol; beoordeling is auditbaar en controleerbaar.

Externe assessoren

Voeren onafhankelijke verificaties, steekproeven en fallback-keuringen uit.

Gebonden aan hetzelfde schema en conflict-of-interestbeleid.

Adviesraad

Gebruikers, NAHB, SPH, FierVoeters, zelfstandigen, deskundigen en toegangsverleners leveren input.

Adviesrecht, geen veto op individuele certificering.

5. Normarchitectuur: NEN, schema en auditmanual

De kern is niet dat iedere opleider hetzelfde programma draait, maar dat iedere beoordelaar hetzelfde beoordeelt. Daarvoor is een meerlagige normarchitectuur nodig.

  1. Normatieve basis: NEN-EN 17984, relevante wet- en regelgeving, dierenwelzijn en toegankelijkheid.
  2. Nationaal certificatieschema: concrete eisen aan teams, opleiders, trajecten, herbeoordeling, klachten, incidenten en nazorg.
  3. Interpretatie- en auditmanual: praktische beoordelingscriteria, public-access-scenario’s, taaktoetsing, dossiervereisten, fail/pass-criteria en proportionaliteit.
  4. Register- en QR-laag: identificatie, actuele statuscontrole, geldigheid, privacybescherming en uniforme herkenbaarheid.

 

 

6. Opleidingsroutes en teamtrajecten

In de praktijk is een assistentiehondentraject vrijwel altijd een samenwerking tussen deelnemer en begeleiding. Het onderscheid tussen schooltraject en owner-training is daarom niet fundamenteel, maar gradueel.

Alle trajecten vallen onder opleiding, maar verschillen in begeleidingsintensiteit, verantwoordelijkheidsverdeling en bewijsvoering. Die verschillen mogen niet leiden tot andere eindnormen, maar kunnen wel leiden tot andere toetsingsmethoden of zwaardere dossiervereisten.

 

Route

Kenmerk

Beoordelingsvorm

Risicobeheersing

a. Opleider

(professioneel gefaciliteerd traject, partial en full teamtraining)

Opleider heeft structurele regierol

Interne beoordeling + auditbare vastlegging

Dossier over tijd + controles

b. Zelfstandig (owner trained)

(minimaal gefaciliteerd owner-trainertraject)

Weinig of geen vaste schoolregie

Zwaardere bewijsvoering + externe observatie

Verplichte externe betrokkenheid

Positionering internationale keurmerken

ADI, IGDF, ADEu en vergelijkbare erkenningen of aansluitingen kunnen bewijswaarde hebben, maar vervangen de Nederlandse norm en onafhankelijke toetsing niet. De NEN-EN 17984-normreeks en Nederlandse uitvoeringscriteria zijn leidend.

7. Rol van door de CI gemachtigde opleiders in beoordeling

Voor de uitvoerbaarheid van het stelsel kunnen door de CI gemachtigde opleiders (geaccrediteerde opleiders), een rol krijgen in de beoordeling van de door hen begeleide teams. Dit is praktisch noodzakelijk, omdat jaarlijks grote aantallen teams periodiek opnieuw beoordeeld moeten worden en een zuiver externe keuringsroute daarvoor onvoldoende schaalbaar is.

Deze beoordelingsbevoegdheid is geen vrijbrief. Zij geldt alleen binnen een strikt geborgd systeem en kan periodiek worden vernieuwd, beperkt, geschorst of ingetrokken.

  • beoordelaar is niet dezelfde persoon als de trajectbegeleider;
  • beoordeling vindt plaats volgens vaste criteria en scenario’s;
  • het teamdossier is volledig, controleerbaar en overdraagbaar;
  • de beoordeling wordt gekoppeld aan het centrale teamregister;
  • er vinden externe audits, steekproeven en klachtgestuurde herbeoordelingen plaats;
  • bij structurele tekortkomingen kan de beoordelingsbevoegdheid worden aangepast of ingetrokken;
  • verlies van beoordelingsbevoegdheid van een opleider betekent niet automatisch dat bestaande teams hun status verliezen, teams moeten dan gebruik kunnen maken van een externe beoordelingsroute.

     

Praktische lijn

Opleiders zijn een primaire uitvoeringsroute, maar niet de enige controlelaag. Het stelsel vertrouwt niet blind op opleiders; het borgt opleiders via accreditatie, audits, klachtenprocedures en dynamische registratie.

 

8. Deelnemer-gedreven en zelfstandige trajecten

Volledig zelfstandige trajecten zijn het lastigst te beoordelen. Een certificeringsbesluit mag niet uitsluitend gebaseerd zijn op documenten die achteraf door de deelnemer zijn aangeleverd, omdat bewijs kan worden gemanipuleerd of onvoldoende representatief kan zijn.

Daarom geldt als uitgangspunt dat ook bij deelnemer-gedreven trajecten periodieke externe betrokkenheid noodzakelijk is. Dat kan via een geaccrediteerde school, een gekwalificeerde begeleider of een externe assessor. De intensiteit hangt af van risico, ervaring, type team, voortgang en dossierkwaliteit.

  • Intake / check van hond en startsituatie;
  • periodieke observatie of voortgangscheck;
  • auditbare vastlegging van taakontwikkeling en public acces;
  • welzijnsmonitoring over tijd;
  • praktijkbeoordeling in relevante scenario’s;
  • onafhankelijke verificatie voordat een team definitief wordt geregistreerd of verlengd.

9. Teamregistratie en QR-ID

Registratie vindt plaats op teamniveau. Een assistentiehond functioneert immers in combinatie met een specifieke gebruiker, specifieke taken en een actuele context. Een hond is niet los van het team blijvend gecertificeerd.

Een privacyvriendelijk QR-ID maakt actuele en dynamische statuscontrole mogelijk zonder medische gegevens of persoonsgegevens publiek te tonen. Dit is essentieel voor herkenbaarheid, toezicht, statuswijzigingen en praktische toegankelijkheid.

Publiek zichtbaar via QR-ID

Niet publiek zichtbaar – Niet online gekoppeld

 

· uniek gekoppeld teamnummer / team-ID

· foto of niet-persoonsgebonden herkenning van de hond

· status: bv: in opleiding, gecertificeerd, verlopen, geschorst, ingetrokken of gepensioneerd

· geldig-tot-datum en automatische statusverloop zonder hernieuwing

· uitgevende instantie / opleider / registerhouder

· contactpunt voor verificatie

 

· naam gebruiker

· diagnose

· adres

· BSN

· medische informatie

· andere gevoelige persoonsgegevens

· metadata uit afbeeldingen

Voordeel van dynamische registratie

Een QR-ID kan status, geldigheid, uitgegeven diploma’s en certificaten actief of inactief maken. Daardoor blijft het register actueel en kan bij incidenten, verlopen herkeuringen of intrekking direct worden gehandeld.

 

 

10. Dossierbeheer en overdraagbaarheid

Een belangrijk principe is dat de deelnemer het originele dossier beheert. De opleider beheert een kopie. Dit waarborgt overdraagbaarheid en maakt het mogelijk om bij overstap, conflict of wegvallen van een school de beoordeling voort te zetten.

Origineel dossier bij deelnemer

Kopie / controlelaag

 

· voortgangsrapportages

· bewijsmateriaal en logboeken

· afspraken en evaluaties

· certificerings- en herkeuringsstukken

· digitaal of fysiek beheerd door deelnemer

 

· opleider bewaart kopie voor eigen administratie

· registerhouder bewaart minimale status- en besluitinformatie

· CI / assessor kan dossier auditten

· overdracht blijft mogelijk bij overstap of schooluitval

· persoonsgegevens worden beperkt tot noodzakelijk gebruik

Cruciaal principe

De deelnemer is dossierhouder. De school faciliteert, begeleidt en administreert, maar het team mag niet afhankelijk worden van toegang tot het schoolarchief om het traject voort te zetten.

 

 

11. Continuïteit en bescherming van deelnemers

Certificering hoort bij het team en niet bij de opleider. Als een school stopt, fuseert, haar schema-accreditatie verliest of in conflict raakt met een deelnemer, mag het team niet automatisch zijn positie verliezen.

Tegelijkertijd moet de actuele kwaliteit wel kunnen worden gecontroleerd. Daarom is een combinatie nodig van overdraagbare dossiers, overnamefaciliteiten bij opleiders en een externe fallback-route.

  • Teamstatus blijft leidend: een lopende of geldige teamstatus vervalt niet automatisch door het wegvallen van de school.
  • Overdrachtsrecht: de deelnemer kan het originele dossier gebruiken bij een andere geaccrediteerde school of externe assessor.
  • Redelijke overnamefaciliteit: geaccrediteerde opleiders faciliteren, binnen capaciteit en redelijkheid, teams van andere routes.
  • Externe keuringsroute: moet beschikbaar zijn voor teams zonder school, bij schooluitval of bij belangenconflict.
  • Teach-out regeling: bij beëindiging van activiteiten wordt afronding of overdracht van lopende teams geregeld.
  • Dynamische QR-status: status kan worden verlengd, beperkt, geschorst of opnieuw beoordeeld zonder afhankelijkheid van de oorspronkelijke opleider.

     

Waarom dit nodig is

Omdat periodieke herkeuring duizenden teams per jaar kan raken, moet het stelsel uitvoerbaar blijven. Reguliere herkeuring gebeurt daarom zo veel mogelijk via geaccrediteerde opleiders, met behoud van een externe route voor vangnetgevallen.

 

12. Accreditatie, toezicht en sancties

Het stelsel kan opleiders beoordelingsbevoegdheid geven, maar alleen als die bevoegdheid periodiek wordt getoetst. Toezicht moet streng, voorspelbaar en sectorbreed werken: als een structureel probleem zichtbaar wordt, kan het schema voor de hele sector worden aangepast.

Instrument

Wanneer

Gevolg

Sectorbreed effect

Reguliere heraudit

1- of 2-jaarlijks

verlenging of bijstelling bevoegdheid

kwaliteit blijft aantoonbaar

Steekproef

willekeurig of risicogestuurd

controle van dossiers en teambeoordelingen

preventieve werking

Klachtgestuurde audit

bij incidenten of signalen

verscherpt toezicht of herbeoordeling

leren van casuistiek

Schorsing

ernstige of herhaalde tekortkomingen

tijdelijk geen nieuwe registraties / beoordelingen

bescherming van vertrouwen

Intrekking

structureel onvoldoende kwaliteit

bevoegdheid vervalt

duidelijke ondergrens

Schema-aanpassing

terugkerend sectorprobleem

regels worden aangescherpt

geldt voor iedereen

 

Een school die haar beoordelingsbevoegdheid verliest, verliest daarmee niet automatisch alle teamstatussen die eerder via haar zijn afgegeven. Wel kunnen teams risicogericht worden herbeoordeeld of via een overgangsroute worden ondergebracht bij een andere school of externe assessor.

13. Implementatievoorstel

Een nieuw stelsel moet gefaseerd worden ingevoerd om bestaande teams niet te beschadigen en om opleiders, owner-trainers en onafhankelijke routes realistisch te laten instromen.

Fase

Doel

Resultaat

Fase 1 – Ontwerp

normvertaling, conceptschema, rollen en QR-registermodel

consultatieversie

Fase 2 – Consultatie

alle routes betrekken: koepels, zelfstandigen, gebruikers, opleiders.

aangepast schema

Fase 3 – Pilot

testen met meerdere type trajecten en opleiders

werkbare auditmanual

Fase 4 – Instroom

overgangsregeling voor bestaande teams en opleiders

aspirant- en gecertificeerde statussen

Fase 5 – Borging

heraudit, klachten, steekproeven, sectorbrede bijstelling

stabiel stelsel

 

14. Concreet besluitvoorstel

Besluit als uitgangspunt dat het Nederlandse stelsel voor assistentiehonden wordt ingericht als een open, onafhankelijke en route-onafhankelijke structuur. De landelijke regie wordt niet exclusief belegd bij NAHB, SPH, ADI/ADEu of een andere bestaande belangenorganisatie. Deze partijen kunnen stakeholder, routepartner of kennispartner zijn, maar geen poortwachter.

 

Voorgestelde formulering

Deelname aan het Nederlandse stelsel voor assistentiehonden staat open voor iedere opleider en ieder team. Lidmaatschap van een brancheorganisatie, stichting, internationale federatie of opleidersnetwerk is geen voorwaarde. Certificering en toegang tot registratie worden uitsluitend verleend op basis van aantoonbare naleving van het certificatieschema, beoordeling binnen het stelsel en periodieke herbeoordeling.

 

15. Optionele doorontwikkeling: sectorbrede examinatorenpool

Als er binnen de sector voldoende draagvlak, vertrouwen en overeenstemming ontstaat, kan het stelsel worden doorontwikkeld met een sectorbrede pool van hoofdtrainers/examinatoren. Dit is nadrukkelijk geen startvoorwaarde voor het stelsel, maar een mogelijke groeirichting wanneer de basisstructuur functioneert en de beoordelingscriteria voldoende zijn gekalibreerd.

 

Optioneel groeimodel

Niet als voorwaarde voor oprichting, wel als mogelijke doorontwikkeling bij breed draagvlak.

Doel: praktijkkennis, schaalbaarheid, kalibratie en lerend vermogen binnen de sector combineren met toezicht door de CI.

 

Hoofdtrainers van door de CI gemachtigde opleiders kunnen, na een aparte erkende examinatorenopleiding, kalibratie en registratie, bevoegd worden om teambeoordelingen uit te voeren binnen het certificatieschema. Zij kunnen zowel binnen de eigen organisatie als bij collega-opleiders worden ingezet, mits belangenverstrengeling wordt voorkomen.

 

Onderdeel

Voorwaarde

Borging

Examinatorbevoegdheid

Alleen na aparte opleiding, kalibratie en registratie.

Bevoegdheid wordt periodiek vernieuwd en kan worden beperkt, geschorst of ingetrokken.

Functiescheiding

De trajectbegeleider beoordeelt niet zelfstandig het eigen traject.

Tweede beoordelaar, collega-examinator of externe toets blijft mogelijk.

Kruisbeoordeling

Hoofdtrainers kunnen bij collega-scholen meekijken of beoordelen.

Geen vaste wederzijdse koppels; inzet via toewijzing of goedkeuring door CI.

Zuiverheid

Beoordeling gebeurt uitsluitend op basis van de norm, niet op basis van eigen methode of concurrentiepositie.

Conflict-of-interestbeleid, bezwaarroute, auditbare verslaglegging.

Toezicht

De CI bewaakt kwaliteit, consistentie en klachtenafhandeling.

Steekproeven, klachtgestuurde herbeoordeling en sectorbrede bijstelling van regels.

 

Deze optie kan bijdragen aan een lerende sector, omdat scholen elkaars beoordeling en praktijkuitvoering zien. Tegelijk blijft het stelsel zuiver doordat de examinatorenpool onder CI-toezicht staat, beoordelingen volgens vaste criteria plaatsvinden en individuele scholen geen automatische erkenning aan elkaar kunnen geven.

16. Bronnen en normatieve context

  • NEN – Normcommissie Assistentiehonden: https://www.nen.nl/normcommissie-assistentiehonden
  • NEN – NEN-EN 17984-1:2024 Assistentiehonden – termen en definities: https://www.nen.nl/nen-en-17984-1-2024-nl-340564
  • NEN – informatie over certificatie, keurmerken en certificatieschema’s: https://www.nen.nl/over-certificatie-en-keurmerken
  • Rijksoverheid – toegang van hulphonden in openbare ruimtes: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leven-met-een-beperking/vraag-en-antwoord/mag-ik-mijn-hulphond-overal-mee-naartoe-nemen

Slotzin

Het stelsel moet niet bepalen wie er mee mag doen. Het moet bepalen wie aantoonbaar voldoet.